Bloedonderzoek calcium
Calcium is het meest voorkomende mineraal in het lichaam. Het is essentieel voor botten, spiersamentrekking, zenuwgeleiding en bloedstolling. Een calcium bloedtest meet de serumspiegels en opspoort hypercalciëmie (te hoog) of hypocalciëmie (te laag), die beide ernstige klachten veroorzaken.
Wat meet een calcium bloedonderzoek?
Calcium is het meest voorkomende mineraal in het menselijk lichaam. Ongeveer 99 procent van het calcium bevindt zich in het skelet, waar het structurele stevigheid biedt. Het resterende 1 procent circuleert in het bloed en de weefsels en is betrokken bij essentiële processen als spiersamentrekking, zenuwprikkeling, de hartslagregulatie en de bloedstolling.
Serum calcium bestaat uit drie fracties: ionisch (vrij) calcium (circa 50 procent), aan albumine gebonden calcium (circa 40 procent) en aan andere anionen gebonden calcium (circa 10 procent). Alleen het ionisch calcium is biologisch actief. Het totale serum calcium dat doorgaans wordt gemeten omvat alle drie de fracties. Omdat een groot deel gebonden is aan albumine, is het totale calcium sterk afhankelijk van de albumineconcentratie. Bij een laag albumine is het totale calcium laag, ook als het actieve ionische calcium normaal is. Dit heet pseudohypocalciëmie.
Om dit te compenseren wordt het calcium gecorrigeerd voor albumine via de formule: gecorrigeerd calcium = gemeten calcium + 0,02 × (40 minus albumine in g/L). Alternatiefmeting van geïoniseerd calcium geeft direct de biologisch actieve fractie.
De calciumbalans wordt strak gereguleerd door drie hormonen: PTH (parathormoon) verhoogt calcium door botafbraak en renale terugresorptie te stimuleren. Vitamine D verhoogt de calciumopname in de darm. Calcitonine (aangemaakt door de schildklier) remt botafbraak en verlaagt calcium, maar heeft in de klinische praktijk een beperkte rol.
Wanneer wordt calcium bepaald?
Vermoeden van te hoog calcium (hypercalciëmie)
- Moeheid, dorst, veel plassen en obstipatie als klassieke symptomen van hypercalciëmie
- Nierstenen, met name recidiverende calciumoxalaatstenen
- Toevalsbevinding bij algemeen bloedonderzoek bij klachten als vermoeidheid, depressie of cognitieve achteruitgang
- Vermoeden van primair hyperparathyreoïdie (bijschildklieradenoom) of maligniteit als voornaamste oorzaken van hypercalciëmie
Vermoeden van te laag calcium (hypocalciëmie)
- Tintelingen rondom de mond en in de handen en voeten (parasthesieën)
- Spierkrampen, spiertrekkingen of tetanie
- Na bijschildklieroperatie of na totale schildklieroperatie waarbij de bijschildklieren meegenomen zijn
- Ernstig vitamine D tekort of magnesiumtekort
Hoe verloopt het calcium onderzoek?
Calcium wordt bepaald uit een bloedmonster. Nuchter zijn is niet vereist. Via een vingerprik thuis is voldoende materiaal beschikbaar. Bij afwijkende albuminewaarden wordt het calcium gecorrigeerd voor albumine voor een betrouwbare interpretatie.
Langdurige afklemming van de arm met een tourniquet voor de bloedafname kan het calcium tijdelijk verhogen door hemoconcentratie. De standaard vingerprikprocedure bij Coolioo minimaliseert dit effect. Bij twijfelgevallen is meting van ionisch calcium in een arterieel of veneus monster de meest betrouwbare methode.
Magnesiumtekort vermindert de PTH-aanmaak en daarmee de calciumregulatie. Bij persisterende hypocalciëmie die niet herstelt met calciumsuppletie, is magnesiumtekort een veelvoorkomende en behandelbare oorzaak.
Wat vertelt de calcium uitslag?
De normaalwaarden voor totaal serum calcium liggen doorgaans tussen 2,15 en 2,55 mmol/L. Bij afwijkende albumine wordt het gecorrigeerde calcium beoordeeld.
Hoog calcium: hypercalciëmie
Meer dan 80 procent van alle gevallen van hypercalciëmie wordt veroorzaakt door primair hyperparathyreoïdie (bijschildklieradenoom) of maligniteit met botmetastasen of PTHrP-productie. Een licht verhoogd calcium bij verder goede gezondheid past doorgaans bij primair hyperparathyreoïdie. Een snel stijgend calcium bij een bekende maligniteit is een oncologische urgentie.
Laag calcium: hypocalciëmie
De meest voorkomende oorzaken zijn vitamine D tekort, hypoparathyreoïdie na operatie en magnesiumtekort. De behandeling is gericht op de onderliggende oorzaak plus calciumsuppletie en vitamine D suppletie.
Samenhang met andere markers
- Vitamine D: essentieel voor calciumopname in de darm; ernstig vitamine D tekort veroorzaakt hypocalciëmie en verhoogd PTH (secundair hyperparathyreoïdie)
- PTH (parathormoon): de voornaamste calciumregulator; hoog PTH bij hoog calcium wijst op primair hyperparathyreoïdie; hoog PTH bij laag calcium op vitamine D tekort of nierfalen
- Albumine: calcium corrigeren voor albumine is essentieel voor een betrouwbare interpretatie van totaal calcium
- Magnesium: magnesiumtekort onderdrukt PTH-aanmaak en veroorzaakt zo hypocalciëmie die resistent is voor calciumsuppletie zonder magnesiumcorrectie
- Fosfaat: reciprook aan calcium gereguleerd door PTH en vitamine D; hoog fosfaat bij laag calcium wijst op nierfalen of hypoparathyreoïdie
Veelgestelde vragen
Wat zijn de symptomen van een te hoog calcium?
Kan ik calcium thuis laten meten?
Is calciumsuppletie zinvol bij osteoporose?
Wanneer moet ik mijn calcium laten controleren?
Wat is het verband tussen calcium en vitamine D?
calcium zelf laten onderzoeken
Geen verwijzing nodig. Thuis afnemen via vingerprik, uitslag binnen 1 tot 3 werkdagen.
Bekijk de Calcium TestGerelateerd onderzoek
Medische bronnen extern
Zelf calcium laten meten?
Via Coolioo vraag je zelf een bloedtest aan zonder verwijzing. Thuis afnemen via een eenvoudige vingerprik, uitslag in je persoonlijk dashboard.
Bekijk de Calcium Test