Nierfunctie meten
Wat zijn normale nierwaarden?
Normale nierwaarden voor volwassenen liggen rond 64 tot 104 micromol per liter creatinine bij mannen en 49 tot 90 bij vrouwen, met een eGFR boven 90 ml/min/1,73m2. Referentiewaarden verschillen licht per laboratorium.
Kort antwoord
Normale nierwaarden zijn voor volwassenen in Nederland: creatinine 64 tot 104 micromol per liter bij mannen en 49 tot 90 micromol per liter bij vrouwen, eGFR boven 90 ml/min/1,73m2, ureum 2,5 tot 7,5 mmol/L, urinezuur 200 tot 420 micromol per liter bij mannen en 140 tot 340 bij vrouwen, cystatine C 0,60 tot 1,00 mg/L. Dit zijn richtwaarden die per laboratorium iets verschillen; kijk altijd naar het interval op je eigen uitslag.
- ThuisVingerprik in 5 tot 10 minuten, geen verwijzing nodig
- LabISO 15189 en ISO 17025 gecertificeerd Europees laboratorium
- Uitslagmeestal binnen 1 tot 3 werkdagen, in je persoonlijke dashboard
- Verzendingvoor 17.00 uur besteld is dezelfde dag verzonden, gratis in Nederland en België
- Referentiewaarden op een rij
- eGFR uitgelegd
- Drie maanden regel
Een nierwaarde krijgt pas betekenis naast een referentie-interval, je leeftijd en je lichaamsbouw. Hieronder staan de gangbare richtwaarden op een rij, gevolgd door uitleg over de eGFR, over wat hoog of laag kan betekenen en over waarom één uitslag nooit het hele verhaal vertelt.
Referentiewaarden voor volwassenen
| Waarde | Richtwaarde | Waarom |
|---|---|---|
| Creatinine mannen | 64 tot 104 micromol per liter | Hoger door gemiddeld meer spiermassa |
| Creatinine vrouwen | 49 tot 90 micromol per liter | Lager door gemiddeld minder spiermassa |
| eGFR | Boven 90 ml/min/1,73m2 is normaal | Berekend uit creatinine, leeftijd en geslacht |
| Ureum | 2,5 tot 7,5 mmol/L | Afvalproduct van eiwitafbraak; schommelt met voeding en vocht |
| Urinezuur mannen | 200 tot 420 micromol per liter | Verhoogd bij jicht of verminderde uitscheiding |
| Urinezuur vrouwen | 140 tot 340 micromol per liter | Ligt van nature lager dan bij mannen |
| Cystatine C | 0,60 tot 1,00 mg/L | Filterwaarde die niet van spiermassa afhangt |
Wat is eGFR precies?
De eGFR is de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid: een schatting van hoeveel milliliter bloed je nieren per minuut filteren, omgerekend naar een standaard lichaamsoppervlak van 1,73 vierkante meter. Het lab meet de eGFR niet direct, maar berekent hem uit je creatinine, je leeftijd en je geslacht. Daardoor is het een afgeleide waarde, geen losse meting.
Boven 90 geldt als normaal. Tussen 60 en 89 spreken artsen van licht verlaagd, wat bij het ouder worden vaak voorkomt. Onder 60 wil de huisarts de waarde herhalen en verder kijken. Uitleg per getal staat op creatinine waarde.
Wat betekent een verhoogd creatinine?
Een verhoogd creatinine kan wijzen op een verminderde filtercapaciteit, maar er zijn onschuldige verklaringen. Veel spiermassa geeft van nature een hogere waarde. Ook uitdroging, een zware training kort voor de afname of een flinke vleesmaaltijd kunnen creatinine tijdelijk optillen. Sommige medicijnen beïnvloeden de waarde eveneens; verander daar nooit zelf iets aan.
Andersom kan een laag creatinine juist geruststellend lijken terwijl het dat niet is. Bij weinig spiermassa, bijvoorbeeld op hogere leeftijd of na langdurige ziekte, maakt het lichaam minder creatinine. De berekende eGFR ziet er dan gunstiger uit dan de werkelijke nierfunctie. In die situaties geeft cystatine C een betrouwbaarder beeld.
Wat betekent een verlaagde eGFR?
Een verlaagde eGFR betekent dat je nieren op het moment van meten langzamer filteren dan gemiddeld. Dat is nog geen ziekte. Volgens de NHG-Standaard Chronische nierschade heet het pas chronische nierschade als de eGFR minstens drie maanden verlaagd blijft, eventueel samen met eiwitverlies in de urine. Eén meting is dus nooit genoeg voor een conclusie.
Waarom één uitslag nooit het hele verhaal is
- Spiermassa: veel of weinig spieren verschuift creatinine en daarmee de eGFR.
- Vocht: uitdroging geeft hogere waarden, veel drinken kan ze drukken.
- Voeding: een eiwitrijke maaltijd tilt ureum en creatinine tijdelijk op.
- Tijd: nierfunctie beoordeel je over maanden, niet over één dag.
- Urine: eiwitverlies zie je niet in bloed; daarvoor is urineonderzoek nodig.
Daarom is de trend interessanter dan het losse getal. Meet je vaker onder vergelijkbare omstandigheden, dan zie je of je waarden stabiel blijven. Wil je ureum of cystatine C erbij, kijk dan op ureum waarde of kies de Premium nieren test.
Kies je test
Welke nieren test past bij jou?
Dezelfde vingerprik, hetzelfde lab. Het verschil zit in het aantal biomarkers dat wordt gemeten. Prijzen komen live uit de webshop.
Niet gokken, maar meten
Bestel vandaag, prik thuis in 5 tot 10 minuten en zie meestal binnen 1 tot 3 werkdagen je uitslag met referentiewaarden en uitleg in je dashboard. Niemand leest mee.
Liever je waarden blijven volgen? Met Coolioo 360 test je 2 keer per jaar 28 biomarkers voor € 299 per jaar. Stop met gokken
Gerelateerde vragen
Meer vragen over nieren test
Alle vragen en de test zelf vind je op Nieren test.
Betrouwbare bronnen
De informatie op deze pagina is gebaseerd op publieke richtlijnen en geverifieerde gezondheidsbronnen over de nierfunctie, creatinine, eGFR en chronische nierschade (laatste controle 14 september 2026). Wil je dieper duiken? Bekijk onderstaande bronnen.
Veelgestelde vragen
Is een eGFR van 75 zorgwekkend?
Een eGFR tussen 60 en 89 heet licht verlaagd en komt heel vaak voor, zeker boven de vijftig. Het zegt op zichzelf weinig zonder herhaling, urineonderzoek en je verdere risicoprofiel. Bespreek de uitslag met de huisarts, die beoordeelt of controle of vervolgonderzoek nodig is.
Kan creatinine ook te laag zijn?
Ja, een laag creatinine komt voor bij weinig spiermassa, bijvoorbeeld bij ouderen, bij langdurige ziekte of bij sterk gewichtsverlies. Op zichzelf is dat geen probleem, maar het kan de eGFR gunstiger doen lijken dan je nierfunctie werkelijk is. Cystatine C geeft in die situaties een scherper beeld.
Verschillen referentiewaarden per laboratorium?
Ja, laboratoria gebruiken licht verschillende intervallen, afhankelijk van de meetmethode en de gebruikte populatie. Vergelijk je uitslag daarom altijd met het referentie-interval dat bij jouw rapport staat, dus niet met een getal uit een andere bron of van een ander lab.