Progesteron meten
Wat zijn normale progesteronwaarden?
Normale progesteronwaarden bestaan alleen per cyclusfase. Voor de eisprong is progesteron laag, daarna stijgt het sterk. Bij mannen en na de menopauze is de waarde altijd laag. De Progesteron test van Coolioo (€ 49) geeft je exacte waarde met referentiewaarden en uitleg in je dashboard.
Kort antwoord van Coolioo
Normale progesteronwaarden voor menstruerende vrouwen zijn in de folliculaire fase (dag 1 tot 13) kleiner dan 3 nmol/L, rond de ovulatie 2 tot 6 nmol/L en in de luteale fase (dag 15 tot 28) 7 tot 50 nmol/L, met een piek rond dag 21. Een waarde boven 15 nmol/L op cyclusdag 21 geldt vaak als bevestiging van een eisprong. Na de menopauze en bij mannen is progesteron kleiner dan 2 nmol/L. Het zijn richtwaarden die per laboratorium verschillen; de Progesteron test van Coolioo (€ 49) toont altijd het referentie-interval van het lab bij je uitslag.
- ThuisVingerprik in 5 tot 10 minuten, geen verwijzing nodig
- LabISO 15189 en ISO 17025 gecertificeerd Europees laboratorium
- Uitslagmeestal binnen 1 tot 3 werkdagen, in je persoonlijke dashboard
- Verzendingvoor 17.00 uur besteld is dezelfde dag verzonden, gratis in Nederland en België
- Luteaal 7 tot 50 nmol/L
- Dag 21 boven 15 nmol/L
- Per lab verschillend
Bij progesteron heeft de vraag naar de normaalwaarde altijd een tegenvraag: op welke cyclusdag is er gemeten? Het hormoon schommelt binnen één cyclus met een factor tien of meer. Hieronder staan de gangbare referentiewaarden per fase, wat ze betekenen en waarom labs onderling verschillen.
Referentiewaarden voor progesteron per cyclusfase
| Fase of groep | Referentiewaarde progesteron | Toelichting |
|---|---|---|
| Folliculaire fase, dag 1 tot 13 | Kleiner dan 3 nmol/L | Voor de eisprong maakt je lichaam nauwelijks progesteron |
| Ovulatie, rond dag 14 | 2 tot 6 nmol/L | De waarde begint te stijgen zodra het eiblaasje openbreekt |
| Luteale fase, dag 15 tot 28 | 7 tot 50 nmol/L | De piek ligt rond dag 21, ongeveer 7 dagen na de eisprong |
| Bevestiging van een eisprong | Groter dan 15 nmol/L op dag 21 | Veelgebruikte grens om ovulatie aannemelijk te maken |
| Na de menopauze | Kleiner dan 2 nmol/L | Zonder eisprong blijft progesteron blijvend laag |
| Mannen | Kleiner dan 2 nmol/L | Constant laag; alleen de bijnier maakt een kleine hoeveelheid |
| Zwangerschap, eerste trimester | Ongeveer vanaf 30 nmol/L | Progesteron stijgt in de zwangerschap sterk door |
Wat is een normale waarde op cyclusdag 21?
Op cyclusdag 21 bij een cyclus van 28 dagen ligt progesteron normaal gesproken in de luteale referentie van 7 tot 50 nmol/L. De grens die in de praktijk vaak wordt aangehouden om een eisprong aannemelijk te maken is 15 nmol/L. Boven die grens past het beeld bij ovulatie, eronder is het onduidelijk en is het verstandig te herhalen of het meetmoment te corrigeren.
Heb je een langere of kortere cyclus, dan verschuift die dag mee. De vuistregel is: meet ongeveer 7 dagen na je eisprong, oftewel ongeveer 7 dagen voor je verwachte menstruatie. Bij een cyclus van 32 dagen is dat dag 25. De waarden op progesteron waarde zijn per fase ingedeeld, niet per kalenderdag.
Normale waarden bij mannen en na de menopauze
Bij mannen is progesteron een bijproduct van de hormoonhuishouding: de bijnieren maken een kleine hoeveelheid en de waarde blijft daardoor constant onder ongeveer 2 nmol/L. Een lage waarde is dus normaal en zegt niets over klachten. Na de menopauze is er geen eisprong meer en blijft progesteron eveneens onder ongeveer 2 nmol/L. Bij overgangsvragen zeggen FSH en estradiol meer dan progesteron.
Waarom labs verschillende referentiewaarden hanteren
Laboratoria gebruiken verschillende analysemethoden en verschillende apparatuur. Daardoor kan dezelfde hoeveelheid progesteron leiden tot een iets andere uitkomst en tot een andere referentie. Vergelijk je uitslag daarom altijd met de referentiewaarden die bij je eigen uitslag staan, niet met een waarde van een ander lab of uit een tabel op internet.
Wat betekent normaal in jouw situatie?
Een waarde binnen de referentie betekent dat je meting past bij wat gebruikelijk is voor jouw fase. Het is geen bewijs dat alles goed is en een waarde net buiten de referentie is geen bewijs van een probleem. Houd klachten, cyclusduur en meetmoment ernaast. Meet je met de Progesteron test (€ 49), dan krijg je meestal binnen 1 tot 3 werkdagen je waarde met de referentie van ons ISO 15189 en ISO 17025 gecertificeerd Europees laboratorium en uitleg erbij.
Kies je test
Welke progesteron test past bij jou?
Dezelfde vingerprik, hetzelfde lab. Het verschil zit in het aantal biomarkers dat wordt gemeten. Prijzen komen live uit de webshop.
Niet gokken, maar meten
Bestel vandaag, prik thuis in 5 tot 10 minuten en zie meestal binnen 1 tot 3 werkdagen je uitslag met referentiewaarden en uitleg in je dashboard. Niemand leest mee.
Liever je waarden blijven volgen? Met Coolioo 360 test je 2 keer per jaar 28 biomarkers voor € 299 per jaar. Stop met gokken
Gerelateerde vragen
Meer vragen over progesteron test
Alle vragen en de test zelf vind je op Progesteron test.
Betrouwbare bronnen
De informatie op deze pagina is gebaseerd op publieke richtlijnen en geverifieerde gezondheidsbronnen over progesteron, vrouwelijke hormonen en vruchtbaarheid (laatste controle 14 september 2026). Wil je dieper duiken? Bekijk onderstaande bronnen.
Veelgestelde vragen
Welke progesteronwaarde bevestigt een eisprong?
Een waarde groter dan 15 nmol/L op cyclusdag 21, of ongeveer 7 dagen na de eisprong, wordt vaak gebruikt als bevestiging dat er een eisprong is geweest. Lagere waarden sluiten een eisprong niet uit, zeker niet als het meetmoment naast de piek lag. Het blijft een richtwaarde.
In welke eenheid wordt progesteron gemeten?
Progesteron wordt in Nederland gerapporteerd in nanomol per liter bloed, afgekort als nmol/L. In Engelstalige bronnen kom je ng/mL tegen; 1 ng/mL komt ongeveer overeen met 3,2 nmol/L. Kijk dus altijd welke eenheid bij een tabel hoort voordat je je eigen uitslag ernaast legt.
Verandert een normale progesteronwaarde met de leeftijd?
De referentie per cyclusfase verandert niet met de leeftijd, maar de kans op een cyclus zonder eisprong wel. In de jaren voor de overgang komen cycli zonder eisprong vaker voor, waardoor een lage waarde in de tweede cyclushelft vaker wordt gemeten. Na de menopauze blijft progesteron blijvend laag.