Bloedonderzoek overige markers

Bloedonderzoek eiwitten

Eiwitten in het bloed omvatten albumine, globulinen en het totaal eiwit. Ze weerspiegelen de voedingsstatus, de leverfunctie en het immuunsysteem. Een eiwitonderzoek brengt tekorten, verhoogde afweeractiviteit of zeldzame aandoeningen zoals myeloom in kaart.

Wat wordt gemeten? Totaal eiwit, albumine en globulinen als markers voor voeding, leverproductie en immuunstatus
Nuchter nodig? Nee, nuchter zijn is niet vereist
Uitslag beschikbaar Binnen 1 tot 3 werkdagen in je persoonlijk Coolioo dashboard

Wat meet eiwitonderzoek in het bloed?

Bloedeiwitten zijn een heterogene groep van moleculen met uiteenlopende functies. Ze worden doorgaans in twee hoofdgroepen ingedeeld: albumine en globulinen. Albumine is verreweg het meest voorkomende eiwit in het bloed, verantwoordelijk voor circa 60 procent van het totale serumeiwitgehalte. Globulinen omvatten immunoglobulinen (antistoffen), transporteiwitten, enzymen en complementeiwitten.

Totaal eiwit is de som van albumine en globulinen. Een verlaging wijst op ondervoeding, leverfalen (verminderde aanmaak) of verlies via nieren of darm. Een verhoging wijst op een verhoogde immunoglobulineproductie, zoals bij chronische infectie, auto-immuunziekten of myeloom.

Albumine is de meest informatieve enkelvoudige eiwitmarker. Het wordt uitsluitend in de lever aangemaakt en heeft een halfwaardetijd van circa 20 dagen. Het weerspiegelt daarmee de leverfunctie en de voedingsstatus over de afgelopen weken. Prealbumine (transthyretine) heeft een kortere halfwaardetijd van 2 tot 3 dagen en is gevoeliger voor acute veranderingen in de voedingsstatus.

Wanneer wordt eiwitonderzoek aangevraagd?

  • Beoordeling van de voedingsstatus bij ondervoeding, malabsorptie of langdurige ziekte
  • Leverfunctiecontrole: albumine daalt bij chronische leverziekte en levercirrose door verminderde aanmaapcapaciteit
  • Vermoeden van nefrotisch syndroom: massaal eiwitverlies via de nieren verlaagt albumine sterk
  • Vermoeden van multipel myeloom: een paraproteïne (monoklonale immunoglobuline) leidt tot een abnormale band in de eiwitelectroforese
  • Chronische ontsteking: globulinen stijgen bij chronische infectie, leverziekte en auto-immuunaandoeningen
  • Oedeem: laag albumine verlaagt de oncotische druk en leidt tot vocht in de weefsels

Hoe verloopt het eiwitonderzoek?

Totaal eiwit en albumine worden bepaald uit een bloedmonster. Nuchter zijn is niet vereist. Via een vingerprik thuis is voldoende materiaal beschikbaar.

Voor een gedetailleerdere analyse van de eiwitfracties wordt een eiwitelectroforese gedaan: het serum wordt blootgesteld aan een elektrisch veld waardoor de eiwitten scheiden op basis van grootte en lading. Dit geeft vijf fracties: albumine, alfa-1, alfa-2, bèta en gamma. Een abnormale scherpe band (M-proteïne) in de gammazone wijst op een paraproteïne, kenmerkend voor myeloom of MGUS (monoklonale gammopathie van onbekende betekenis).

Wat vertelt de eiwituitslag?

Laag albumine

De voornaamste oorzaken zijn ondervoeding of malabsorptie, chronische leverziekte, nefrotisch syndroom (eiwitverlies via nieren) of chronische ontsteking. Albumine onder 30 g/L is geassocieerd met significant verhoogde morbiditeit en mortaliteit bij zieke patiënten.

Hoog totaal eiwit bij normaal albumine

Wijst op verhoogde globulinen. Chronische infectie, cirrose, auto-immuunaandoeningen en myeloom zijn de voornaamste oorzaken. Eiwitelectroforese is de volgende stap.

M-proteïne in elektroforese

Een scherpe band in de gammazone is kenmerkend voor een paraproteïne. MGUS is de meest voorkomende en goedaardige oorzaak. Multipel myeloom, Waldenstrom en andere plasmacelziekten vereisen hematologische evaluatie. Alle gevonden M-proteïnen worden opgevolgd.

Samenhang met andere markers

  • Albumine en leverwaarden: albumine meet de synthetische leverfunctie; ALAT/ASAT meten levercelschade; samen geven ze een compleet leverplaatje
  • Creatinine: bij nefrotisch syndroom is eiwitverlies via de nieren de oorzaak van laag albumine; creatinine geeft de nierfunctie
  • CRP: acute-fasereactie verlaagt albumine tijdelijk; bij acuut zieke patiënten is albumine daardoor geen betrouwbare maat voor voedingsstatus
  • Immunoglobulinen IgG, IgA, IgM: kwantitatieve bepaling van de afzonderlijke immunoglobulineklassen bij vermoeden van immuundeficiëntie of myeloom
  • Vrije lichte ketens: gevoelige marker voor myeloom en MGUS in combinatie met eiwitelectroforese

Veelgestelde vragen

Wat is albumine en waarom is het belangrijk?
Albumine is het meest voorkomende bloedproteine, aangemaakt door de lever. Het reguleert de oncotische druk (om vocht in de bloedvaten te houden), transporteert hormonen, medicijnen en vetzuren en weerspiegelt de voedingsstatus en leverfunctie over de afgelopen weken.
Wat is een normaal totaal eiwitgehalte?
De normaalwaarden voor totaal eiwit liggen doorgaans tussen 64 en 83 g/L, en voor albumine tussen 35 en 52 g/L. De exacte waarden variëren per laboratorium.
Kan ik eiwitonderzoek thuis doen?
Ja. Via Coolioo kun je de Basis Check thuis uitvoeren. Voor een gedetailleerde eiwitelectroforese is een huisarts of specialist de aangewezen route.
Wat is multipel myeloom en hoe wordt het via bloed opgespoord?
Multipel myeloom is een kwaadaardige aandoening van plasmacellen in het beenmerg die grote hoeveelheden van een abnormaal immunoglobuline (paraproteïne) aanmaken. Eiwitelectroforese toont een karakteristieke M-band. Aanvullend worden vrije lichte ketens en beenmergonderzoek gedaan voor de diagnose.
Waarom is albumine laag bij ontsteking?
Bij acute ontsteking verschuift de lever zijn eiwitproductie van albumine naar acute-fase-eiwitten zoals CRP, fibrinogeen en ferritine. Albumine daalt daardoor tijdelijk, ook zonder ondervoeding of leverziekte. Dit heet de negatieve acute-fase-reactie van albumine.

Meer inzicht in jouw gezondheid?

Via Coolioo vraag je zelf bloedonderzoek aan zonder verwijzing. Thuis afnemen via een eenvoudige vingerprik, uitslag in je persoonlijk dashboard.

Bekijk de Basis Check